06 · Spanning & patroon

Onder druk
word je jezelf

Mensen kennen hun patroon. Ze herhalen het toch. Waarom spanning automatisch gedrag activeert, en hoe herkenning de eerste stap naar keuze is.

← Terug naar bibliotheek

Mensen kennen hun patroon. Ze kunnen het benoemen, beschrijven en verklaren. Toch herhalen ze het. Niet bij gebrek aan inzicht, maar omdat onder spanning het lichaam de regie overneemt voordat het bewustzijn heeft bijgehouden wat er gebeurt. Wat er dan verschijnt is geen karakter. Het is aangeleerd overleven. En het is precies het materiaal waarmee gedragstraining werkt.

Het uitgangspunt

Persoonlijkheid verandert niet, gedragsrepertoire wel

Dit artikel gaat niet over therapie en ook niet over het veranderen van wie iemand is. Gedragstraining heeft een ander doel: het uitbreiden van wat iemand kan doen op het moment dat het er toe doet. Moed, assertiviteit, daadkracht, empathie, reflectief vermogen zijn geen karaktereigenschappen die je hebt of niet hebt. Het zijn vaardigheden. Ze zijn aangeleerd en ze zijn verder te ontwikkelen.

De belemmering zit niet in talent of wil, maar in automatisme. Wie onder druk altijd terugvalt op hetzelfde gedrag, heeft niet te weinig motivatie. Die heeft te weinig keuzeruimte. Meer keuzeruimte begint bij herkenning, en herkenning begint bij begrijpen wat er fysiologisch gebeurt.

Joseph LeDoux

De reflex is sneller dan het bewustzijn

Joseph LeDoux · New York University

LeDoux bracht de werking van de amygdala in kaart als centrale schakel in de verwerking van bedreiging. De amygdala evalueert prikkels op gevaar en activeert een respons voordat de informatie de prefrontale cortex heeft bereikt. De reactie is daarmee sneller dan het bewuste oordeel over de situatie.

de ruimte om te kiezen PRIKKEL stimulus AMYGDALA reflex PREFRONTALE CORTEX bewust REACTIE gedrag langzaam · bewust snel · automatisch

LEDOUX · AMYGDALA & PREFRONTALE CORTEX

Dat is in gevaarlijke situaties levensreddend. In een trainingscontext zorgt het voor iets anders: wat als bedreiging wordt ervaren, hoeft geen fysiek gevaar te zijn. Kritiek, een moeilijke opdracht, publiek falen, hoge verwachtingen, sociale onzekerheid. De amygdala maakt geen fijn onderscheid. De respons die volgt, terugtrekken, aanvallen, instemmen, bevriezen, is snel en automatisch.

Het gedrag dat iemand vertoont op het moeilijkste moment is daarmee niet zijn slechtste. Het is zijn vroegste. Het is aangeleerd in een context die destijds hielp te overleven. Dat begrijpen verandert de manier waarop je ernaar kijkt, bij jezelf en bij anderen.

"We don't consciously experience fear and then act. The act comes first, the feeling follows."

James Gross

Labelen is het begin van sturing

James Gross · Stanford University

Gross ontwikkelde een invloedrijk model van emotieregulatie en onderzocht het effect van cognitieve herwaardering (cognitive reappraisal): het bewust herinterpreteren van een situatie of van de eigen reactie daarop. Hij toonde aan dat labelen van een emotie, het benoemen wat er intern gebeurt, de intensiteit ervan vermindert en de prefrontale cortex opnieuw activeert.

In de praktijk van gedragstraining is dit het moment waarop iemand zichzelf betrapt: "Ah, dit is wat ik doe als het spannend wordt." Dat moment van herkenning is geen eindpunt. Het is de opening. Niet omdat het patroon dan verdwijnt, maar omdat er een fractie ruimte ontstaat tussen de prikkel en de respons.

Herkenning is daarmee zelf een vaardigheid, niet een bijproduct van therapie of zelfreflectie in rust. Het is een vaardigheid die geoefend wordt in context, het liefst in de situatie die het automatisme triggert. De moeilijkheid is de methode. Dat geldt hier ook. Je ziet pas dat het anders kan als je het anders doet.

Viktor Frankl

De ruimte tussen prikkel en respons

Viktor Frankl · Universiteit Wenen

Frankl, psychiater en overlever van de concentratiekampen, formuleerde een van de meest geciteerde observaties over menselijke vrijheid: tussen prikkel en respons bestaat een ruimte. In die ruimte ligt het vermogen te kiezen. In die keuze ligt groei en vrijheid.

Die ruimte is klein onder druk. Ze groeit niet door erover te praten, maar door haar te oefenen in situaties die het automatisme activeren. Moed is geen eigenschap. Het is het vermogen om in die ruimte te blijven staan lang genoeg om een andere keuze te maken. Hetzelfde geldt voor assertiviteit, daadkracht, empathie of elk ander gedrag dat iemand wil ontwikkelen.

Gedragstraining ontwerpt die oefensituaties. Niet om mensen te confronteren met hun onvermogen, maar om ze te laten ervaren dat het anders kan. Zelfvertrouwen is een gevolg van actie, niet een voorwaarde ervoor. Keuzevrijheid werkt precies zo.

"Between stimulus and response there is a space. In that space is our power to choose our response."

Van inzicht naar gedrag

Wat doe je morgen anders?

Beschrijf één situatie uit de afgelopen maand waarbij je achteraf dacht: dat had ik anders gewild. Benoem je reactie in één woord, geen oordeel, een beschrijving. Dat woord is je startpunt voor sturing. Oefen vervolgens niet in veiligheid, maar in de situaties die het patroon activeren.